Synology Drive Admin Console

Synology Drive Admin Console is een pakket dat automatisch wordt geïnstalleerd wanneer u Synology Drive Server download. Het is ontworpen om administrators een gecentraliseerde locatie te bieden om synchronisatie-instellingen te beheren en bedrijfsinformatie en bronnen die op Synology Drive zijn opgeslagen beter te bewaken.

Wijs een Synology NAS aan als de hostserver en installeer daar Synology Drive Server op om gegevens tussen verschillende apparaten te synchroniseren. Andere computers, mobiele apparaten en Synology NAS apparaten die aan de hostserver moeten worden gekoppeld, worden clientapparaten genoemd. Het bureaubladhulpprogramma, mobiele app en Synology Drive Server moeten op de respectievelijke clientapparaten zijn geïnstalleerd.

Opmerking:

  • Ga naar DSM > Hoofdmenu en klik op Synology Drive Admin Console om Synology Drive Admin Console te starten.
  • Alleen gebruikers van de groep administrators in DSM kunnen de Synology Drive Admin Console bekijken en beheren.

Inhoud

Serverstatus bewaken

Op de pagina Overzicht kunnen administrators een kijkje nemen met betrekking tot het algehele servergebruik, inclusief informatie over verbonden clients, uitsplitsing naar clienttype, informatie over bestandstoegang en trends in het gebruik.

Clientapparaatinformatie biedt informatie over het totaal aantal verbonden clients en een onderverdeling op clienttype. Deze informatie helpt administrators bij de bewaking van de verbindingsstatus en bij de beoordeling van het bandbreedtegebruik van elk verbonden apparaat.

Gesynchroniseerde client laatste verbindingstijd toont de volgorde van de gesynchroniseerde clients op de lijst met verbindingen samen met de synchronisatie- en koppelingsstatus van elk apparaat. Klik op de pijl in de rechterbovenhoek om het gedeelte Clientapparaatinformatie over te schakelen naar de pagina Clientlijst om clients te beheren.

Met Top van geopende bestanden door externe gebruikers kan de administrator de delingsstatus van bestanden bewaken. Alleen openbaar gedeelde bestanden verschijnen in deze sectie, waardoor de administrators snel actie kunnen ondernemen als de instellingen voor het delen van vertrouwelijke bestanden onjuist zijn ingesteld. De administrator kan een indeling van bestanden binnen een specifieke tijdsperiode selecteren en tellingen weergeven of downloaden, of beide.

Pakketgebruikstrend toont de gebruikstrends van drie gegevenstypes: bestandsversies, databasegebruik en Synology Office-bestanden.

  • Bestandsversies: Bestandsversies en bestanden in prullenbakken.
  • Database: Metadata (deelinstellingen, labels etc.) en logboeken.
  • Synology Office-bestanden: Synology Office documenten, werkbladen, dia's en hun historische versies.

Opmerking:

  • Vanwege het ontwerp van het bestandssysteem kan het geschatte gebruik voor bestandsversies het werkelijke gebruik op Btrfs overschrijden. Ga voor een nauwkeurige schatting van het totale opslaggebruik van de Synology Drive Server naar DSM > Opslagbeheer. Lees hoe u de gebruikscijfers kunt controleren.
  • Wanneer een Hybrid Share-map is ingeschakeld als Team-map en versiebeheer is ingesteld, zal het maken en wijzigen van bestanden het totale lokale cachegebruik verdubbelen of meer. Om ervoor te zorgen dat het quotum niet te snel wordt bereikt en de invloed op de toegangservaring te minimaliseren, ga naar Configuratiescherm > Gedeelde map en vergroot de lokale cachegrootte van de Hybrid Share-map.
  • Lees hoe u de opslag van dit pakket kunt beheren en vrijmaken.

Verbindingen met clients beheren

In de Lijst van clients ziet u de lijst van clientapparaten die zijn ingesteld om bestanden met de Synology Drive-service te synchroniseren met uw Synology NAS. U ziet de namen van clientcomputers, de gebruikte apparaatnamen voor servicetoestemming, de versie van de client-toepassingen, de IP-adressen en synchronisatiestatus tussen Synology NAS en de clients.

Ga als volgt te werk om verbindingen met clients te beheren:

  • Klik op Vernieuwen om de lijst bij te werken.
  • Klik op Koppeling verbreken. Klik in het pop-upvenster op OK om de verbinding met de client te verbreken.

Een verbinding met een client verbreken en gegevens op afstand wissen:

  1. Selecteer een client uit de lijst. U kunt ook in de rechterbovenhoek van het venster een apparaatnaam, gebruikersnaam, versie of IP-adres in de zoekbalk intypen om een client op te zoeken.
  2. Klik op Koppeling verbreken om de verbinding met de client te verbreken.
  3. Tijdens het ontkoppelen van clients heeft u de mogelijkheid om zowel gesynchroniseerde als vastgemaakte bestanden op afstand te wissen. Selecteer het selectievakje Wis de gesynchroniseerde bestanden op dit apparaat wanneer het online komt.
    • Zodra u op OK klikt, begint het wissen en ziet u de status van het wissen in de kolom Status in de lijst.
    • Wanneer het wissen is voltooid, wordt het item automatisch uit de lijst verwijderd.
    • Als het wissen aan de gang is of de client offline is, wordt de status in het rood weergegeven als Gegevens worden gewist....
    • Als de client offline is en het wissen niet kan worden voltooid, kunt u op Verwijderen klikken en het item handmatig uit de lijst verwijderen. De client wordt ontkoppeld en wissen op afstand wordt geannuleerd.

Opmerking:

  • Ontkoppelde clients moeten eerst hun verbinding met Synology Drive Server opnieuw configureren voor zij opnieuw bestanden met uw Synology NAS kunnen synchroniseren.
  • Ter voorkoming dat gebruikers opnieuw verbinding maken met uw Synology NAS, moet u het gebruikersaccount verwijderen of deactiveren in Configuratiescherm > Gebruiker en groep nadat u de client hebt ontkoppeld en op afstand hebt gewist.
  • Wissen op afstand wordt ondersteund op de Synology Drive Client en de Synology Drive mobiele app. Het wordt niet ondersteund op Synology Drive ShareSync.
  • Wissen op afstand wordt ondersteund op Synology Drive Client 3.4.0, Synology Drive mobiele app 3.3.0 en latere versies.
  • Alle bestanden in de gesynchroniseerde mappen op het clientapparaat worden op afstand gewist. Dit omvat de downloadmap voor synchronisatie in één en twee richtingen, de uploadmap in één richting en de map "Gedeeld met mij".
  • Wanneer het wissen op afstand begint, ontvangt het clientapparaat geen meldingen. Dit is een beveiligingsmaatregel die bedoeld is om te voorkomen dat de gebruiker bestanden opslaat als reactie op de ontvangst van een melding.

Synology Drive Admin Console-bestanden beheren met File Station

Synology Drive-bestanden worden opgeslagen in uw “home”-map of Team-mappen die ingeschakeld zijn in Synology Drive Admin Console. U kunt historische bestanden doorbladeren en downloaden via historische versies in Synology Drive en File Station.

Synology Drive-bestanden beheren:

  1. Ga naar File Station en blader vervolgens naar "home” of gedeelde mappen.
  2. Rechtsklik op het bestand en selecteer vervolgens Vorige versies doorbladeren. Hier kunt u de vorige versies van het bestand bekijken en downloaden.

Opmerking:

  • Alleen gebruikers met admin-rechten kunnen Synology Drive-bestanden in gedeelde mappen beheren. Andere gebruikers kunnen alleen bladeren in de versies van bestanden waarvoor ze rechten hebben.

Logboek

Met het Logboek worden alle acties bijgehouden die door gebruikers binnen een bepaalde periode worden uitgevoerd. U kunt alle gebeurtenissen bekijken of een map selecteren in het vervolgkeuzemenu om gebeurtenissen per map te bekijken.

Logboeken filteren:

  1. Klik op de pijl in de zoekbalk in de rechterbovenhoek.
  2. In het vervolgkeuzemenu kunt u gebeurtenissen filteren op:
    • Trefwoord: Voer een trefwoord in om het trefwoord in bestandspaden te zoeken.
    • Gebruiker: Voer de naam van een gebruiker in om de gerelateerde gebeurtenissen van de gebruiker te vinden.
    • IP-adres: Voer een IP-adres in om naar gebeurtenissen van dit IP-adres te zoeken.
    • Datumbereik: Kies Vandaag, Gisteren, Vorige week, Vorige maand of Aanpassen om een start- en einddatum van een specifiek datumbereik in te voeren.
    • Type: Selecteer in de vervolgkeuzelijst het type gebeurtenis dat u wilt bekijken. U kunt ook verschillende typen gebeurtenissen in één handeling selecteren.
  3. Om het gefilterde logboek opnieuw in te stellen, klikt u op Opnieuw instellen en vervolgens nogmaals op Zoeken.

Opmerking:

  • Bestands- en mapnamen zijn koppelingen als het bestand of de map nog altijd bestaat in de Synology Drive Admin Console-database. Klik om ze te zoeken in File Station. Dubbelklik op een activiteit om de versiegeschiedenis van een enkel bestand te openen.
  • Mogelijk vindt u logboekvermeldingen waaruit blijkt dat uw bestanden door het systeem zijn gewijzigd. Meer informatie over mogelijke redenen waarom dergelijke logboekvermeldingen verschijnen.

Logboeken exporteren:

  1. Klik op het vervolgkeuzemenu All gebeurtenissen en selecteer een gedeelde map waarvan u de logboeken wilt exporteren. Klik op Exporteren en de logboeken worden geëxporteerd als CSV-bestand.1
  2. Geëxporteerde logboeken worden in verschillende categorieën en acties georganiseerd. Raadpleeg de volgende tabellen voor een beschrijving van de logboeken.

In geëxporteerde logboekbestanden opgenomen gegevenscategorieën:

Categorie Beschrijving
Date Time De datum en het tijdstip waarop de wijziging wordt uitgevoerd2
Operator Het account dat de wijziging uitvoert.
Action De wijziging.3
Related Path Het bestandspad van het desbetreffende bestand.
Related User De “home”-map van de desbetreffende gebruiker.
Related Share De desbetreffende gedeelde map.
Device Name De naam van het apparaat waarop de wijziging wordt uitgevoerd.
Additional Attributes Extra parameters van de desbetreffende wijziging in JSON-formaat.

Actietypes in geëxporteerde logboeken en bijbehorende parameters:

Type Beschrijving
Start service De Drive-pakketservice is gestart.
Stop service Het Drive-pakketservice is gestopt.
Enable share [Related Share] is ingeschakeld voor de Drive-service.
Disable share [Related Share] is uitgeschakeld voor de Drive-service.
Changed sharing link permissions De bestandsmachtiging van pad [Related Path] in map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] is gewijzigd van [Additional Attributes:old_permission] naar [Additional Attributes: permission] via [Device Name]4.
Created a public link Een openbare koppeling van het bestand van pad [Related Path] in map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] is gemaakt via [Device Name]4.
Deleted a public link Een openbare koppeling van het bestand van pad [Related Path] in map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] is verwijderd via [Device Name]4.
Allow options to download and copy for a public link Een openbare koppeling van het bestand van pad [Related Path] in map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] gemaakt via [Device Name] mag worden gedownload en gekopieerd.
Disallow options to download and copy for a public link Een openbare koppeling van het bestand van pad [Related Path] in map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] gemaakt via [Device Name] mag niet worden gedownload en gekopieerd.
Set password protection Een openbare koppeling van het bestand van pad [Related Path] in map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] is via [Device Name]4 ingesteld met wachtwoordbescherming.
Remove password protection De wachtwoordbescherming van een openbare koppeling van het bestand van pad [Related Path] in map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] is verwijderd via [Device Name]4.
Set link expiration Een openbare koppeling van het bestand van pad [Related Path] in map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] is via [Device Name]4 ingesteld met vervaldatum.
Remove link expiration De vervaldatum van een openbare koppeling van het bestand van pad [Related Path] in map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] is verwijderd via [Device Name]4.
Set a user / group [Related User] is ingesteld als een [Additional Attribute: role] voor een koppeling voor delen van het bestand van pad [Related Path] in de map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] via [Device Name]4.
Remove a user / group [Related User] is verwijderd als een [Additional Attribute: old_role] voor een koppeling voor delen van het bestand van pad [Related Path] in de map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] via [Device Name]4.
Client link [Device Name] is gekoppeld aan de Drive-server.
Client unlink [Device Name] is ontkoppeld van de Drive-server.
Started remote wipe on client Het wissen van gegevens op [Device Name] is gestart.
Aborted remote wipe on client Het wissen van gegevens op [Device Name] is afgebroken.
Finished remote wipe on client Het wissen van gegevens op [Device Name] is voltooid.
Enable restrict downloads [Operator] heeft downloaden beperken voor de Team-map [Related Share] ingeschakeld.
Disable restrict downloads [Operator] heeft downloaden beperken voor de Team-map [Related Share] uitgeschakeld.
Changed watermark settings [Operator] heeft de watermerkinstellingen van de Team-map [Related Share] gewijzigd.
Enabled watermark [Operator] heeft watermerk voor de Team-map [Related Share] ingeschakeld.
Disabled watermark [Operator] heeft watermerk voor de Team-map [Related Share] uitgeschakeld.
Restore version Het bestand van pad [Related Path] is hersteld op de client [Device Name]4.
Restore copy Het bestand van pad [Related Path] is hersteld naar pad [Additional Attributes: restore_to] op de client [Device Name]4.
Restore from Recycle Bin Het bestand van pad [Related Path] is hersteld uit de prullenbak.
Delete all versions Alle geschiedenisversies van verwijderde bestanden in de map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] worden verwijderd in Synology Drive Admin Console.
Rotate version count Het maximum aantal geschiedenisversies in de map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] is ingesteld op [Additional Attributes: count].
Database volume Het volume waarop de database wordt opgeslagen is gewijzigd van [Additional Attributes: old] naar [Additional Attributes: new].
Log rotate count enable Het maximum aantal te bewaren logboeken is ingesteld op [Additional Attributes: count].
Log rotate count disable Het maximum aantal te bewaren logboeken is uitgeschakeld.
Log rotate span enable De maximale duur voor te bewaren logboeken is ingesteld op [Additional Attributes: count].
Log rotate span disable De maximale duur voor te bewaren logboeken is uitgeschakeld.
Log delete Alle logboeken van Synology Drive Admin Console worden verwijderd.
Export logs Logboeken van Synology Drive Admin Console worden geëxporteerd.
Add Het bestand van pad [Related Path] is toegevoegd aan de map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] via [Device Name]4.
Remove Het bestand van pad [Related Path] is verwijderd uit de map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] via [Device Name]4.
Modify Het bestand van pad [Related Path] is gewijzigd in map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] via [Device Name]4.
Move Het bestand van pad [Related Path] in map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] is verplaatst naar [Additional Attributes: move_to] via [Device Name]4.
Rename De bestandsnaam van pad [Related Path] in map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] is gewijzigd van [Additional Attributes: old_name] naar [Additional Attributes: new_name] via [Device Name]4.
Copy Het bestand van pad [Related Path] in map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] is gekopieerd naar [Additional Attributes: copy_to] via [Device Name]4.
Download file Het bestand van pad [Related Path] is gedownload naar het lokale apparaat.
View file Het bestand van pad [Related Path] in map "home" van [Related user] of Team-map [Related Share] is bekeken via [Device Name]4.
Log rotation policy enabled Het rotatiebeleid voor logboeken is ingeschakeld.
Cleaned up Recycle Bin De bestanden in de prullenbak zijn verwijderd.
Delete from Recycle Bin Het bestand van pad [Related Path] is verwijderd uit de prullenbak.
Enable sending link via email [Operator] heeft verzenden koppeling via e-mail ingeschakeld.
Disable sending link via email [Operator] heeft verzenden koppeling via e-mail uitgeschakeld.
Enabled Recycle Bin Emptying Schedule [Operator] heeft schema voor het legen van de prullenbak ingeschakeld.
Disabled Recycle Bin Emptying Schedule [Operator] heeft schema voor het legen van de prullenbak uitgeschakeld.
Edited Recycle Bin Emptying Schedule Settings [Operator] heeft schema-instellingen voor het legen van de prullenbak bewerkt.
The system erased versions of deleted files and folders in all users' home folders according to settings [Operator] heeft alle versies van verwijderde bestanden en mappen in de basismap van alle gebruikers gewist.
Activated Advanced Features [Operator] heeft Geavanceerde functies geactiveerd.

Opmerking:

  1. De tekencodering van de geëxporteerde CSV-logboeken is UTF-8. U moet de bestanden openen met een programma dat UTF-8 tekencodering ondersteunt.
  2. De tijd die in de geëxporteerde logboeken wordt weergegeven, heeft de indeling "YYYY-MM-DDTHH:MM:SSZ", bijvoorbeeld "2022-02-21T13:43:22Z". Het achtervoegsel "Z" geeft aan dat dit in de tijdzone UTC +0 is en niet in de tijdzone die op uw Synology NAS is ingesteld.
  3. Raadpleeg het gedeelte Type acties in geëxporteerde logboeken en de bijbehorende parameters voor de definitie van elke bestandswijziging.
  4. De apparaatnaam is alleen beschikbaar wanneer de actie op een computer/mobiele/ Synology NAS-client werd uitgevoerd.

Logboekverwijderingsregels instellen

Logboekverwijderingsregels instellen:

  1. Ga naar Logboek > Instellingen.
  2. Selecteer de volgende opties:
    • Aantal logboeken is groter dan: De server zal logboeken verwijderen zodra het aantal logboeken dit aantal overschrijdt.
    • Logboektijd is ouder dan: De server zal logboeken verwijderen zodra de logboeken deze leeftijd overschrijden.
  3. Klik op Alle logboeken verwijderen als u alle logboeken wilt verwijderen.
  4. Klik op Toepassen om uw instellingen op te slaan.

Mijn bestanden van gebruikers

Administrators kunnen Mijn bestanden van gebruikers op Synology Drive in- / uitschakelen door de basismnapservice in/uit te schakelen.

De basismapservice en Mijn bestanden inschakelen:

  1. Ga naar Configuratiescherm > Gebruiker en groep > Geavanceerd.
  2. Selecteer Gebruiker home service inschakelen.

Opmerking:

  • Synology Drive Admin Console voert synchronisatietaken uit, zelfs wanneer de admin de toegang van een bepaalde gebruiker tot hun eigen “home”-map beperkt via ACL-instellingen.

Team-map

Administrators zijn in staat om de synchronisatie van specifieke Team-mappen op Synology Drive in of uit te schakelen. Als een Team-map is ingeschakeld voor synchronisatie, kan een gebruiker met lees- en schrijfrechten voor deze map zowel gewone bestanden synchroniseren als Synology Office-bestanden die erin staan.

Om de synchronisatiefunctie van de Team-map in te schakelen:

  1. Ga naar Team-map.
  2. Selecteer de Team-map die u wilt inschakelen en klik op Inschakelen.
  3. Voer een waarde tussen 1 en 32 in het veld Maximum aantal versies in.
  4. Selecteer een Rotatiebeleid.
  5. Selecteer Versies regelmatig roteren en kies een tijdsbestek voor het reguliere rotatiebeleid.
  6. Klik op OK om uw instellingen op te slaan.

Opmerking:

  • De synchronisatiefunctie van Synology Drive is alleen beschikbaar voor lokale Team-mappen in DSM.
  • Alleen gebruikers met admin-rechten kunnen synchronisatiefunctie beheren.
  • Gebruikers moeten lees-/schrijfbevoegdheden hebben om tweerichtingssynchronisatie naar een Team-map uit te voeren. Gebruikers met alleen-lezenrechten voor een Team-map kunnen alleen synchronisatie in één richting uitvoeren, wat betekent dat bestanden van de hostserver worden gesynchroniseerd met clientapparaten, maar niet andersom. Ga naar Configuratiescherm > Gedeelde map om de bevoegdheden een Team-map te configureren.
  • De volgende gegevens/gedeelde mappen kunnen niet worden ingeschakeld als Team-mappen:
    • Gedeelde mappen: ActiveBackupforBusiness en MailPlus
    • Gemonteerde externe mappen of virtuele schijven
    • Externe USB-apparaten
    • Alle gerepliceerde gegevens vanaf Snapshot Replication
    • Alle gedeelde mappen die dienen als back-updoel voor Active Backup for Business
    • Gedeelde mappen waartoe gebruikers geen toegang hebben (bijv. wanneer de mappen worden bewerkt of gekoppeld/ontkoppeld)
  • Onmiddellijke synchronisatie van bestandswijzigingen is niet mogelijk in de submappen van Team-mappen die zijn gekoppeld in Container Manager.
  • Bij het herstellen van gecodeerde Team-mappen van Synology Drive met Hyper Backup worden de mappen niet gecodeerd en moeten ze opnieuw worden ingeschakeld als Team-mappen
  • Samenwerken aan Synology Office-bestanden in dezelfde Hybrid Share-map die op een andere Synology NAS is gekoppeld, moet worden verboden. Een dergelijke samenwerking tussen verschillende Synology NAS-systemen kan bestandsconflicten en onverwachte synchronisatieresultaten veroorzaken.

Historische versies van Team-mappen beheren

Synology Drive Admin Console slaat historische versies van elk gewijzigd bestand met uitzondering van Synology Office-bestanden.

  1. Ga naar Team-map.
  2. Selecteer de Team-map waarvan u historische versies wilt bewerken, klik op Instellingen en vervolgens op Versiebeheer.
  3. Voer een waarde tussen 1 en 32 in het veld Maximum aantal versies in.
  4. Selecteer een Rotatiebeleid.
  5. Selecteer Versies regelmatig roteren en kies een tijdsbestek voor het reguliere rotatiebeleid.
  6. Klik op OK om uw instellingen op te slaan.

Opmerking:

  • Accidenteel verwijderde bestanden kunnen niet worden hersteld als versiebeheer niet is ingeschakeld.
  • Wanneer het maximum aantal versies wordt verlaagd, worden de extra versies verwijderd nadat de instelling wordt toegepast.
  • Versiebeheer inschakelen voor de map Mijn bestanden (home van gebruikers) zal de persoonlijke synchronisatiemappen (“home”) van alle gebruikers en hun respectievelijke versie-instellingen beïnvloeden.
  • Door Intelliversioning in te schakelen kan Synology Drive Admin Console bepalen welke versie de laagste prioriteit heeft en die versie roteren wanneer het maximum aantal versies wordt bereikt.
  • Als u Versies regelmatig roteren selecteert, zal het systeem automatisch de versies, eerder dan het ingestelde tijdskader, elke dag om 00:00 verwijderen.
  • De beleidsregels van versiecontrole in Synology Drive Admin Console zijn niet van toepassing op Synology Office-bestanden. Meer informatie over de historische versies van Synology Office-bestanden.
  • Voor Hybrid Share-mappen worden de instellingen voor versiebeheer alleen toegepast op de huidige Synology NAS. De historische versies zijn niet toegankelijk op een andere Synology NAS die dezelfde Hybrid Share-map heeft gekoppeld.

De beveiliging van Team-mappen beheren

In de Synology Drive Admin Console kunnen administrators de mogelijkheid voor niet-admin-gebruikers om bestanden te downloaden via de gebruikersinterface beperken en watermerken inschakelen om gegevenslekken te voorkomen.

Downloads beperken

Als u het Beperken van bestanden downloaden voor specifieke mappen inschakelt, worden niet-admin-gebruikers op de volgende manieren beperkt:

  • Geen bestanden uit deze mappen downloaden.
  • Geen bestanden kopiëren of verplaatsen naar andere mappen die het downloaden van bestanden toestaan.
  • Geen bestandssynchronisatie in twee richtingen instellen met deze mappen.
  • Alleen uploaden in één richting instellen met mappen die downloads beperken, maar downloaden is niet toegestaan.

Het downloaden van bestanden beperken:

  1. Ga naar Team-map.
  2. Selecteer Mijn bestanden of de Team-map waarvoor u het beperken van downloaden wilt inschakelen.
  3. Klik op Instellingen > Beveiliging.
  4. Selecteer Beperken van bestanden downloaden.
  5. Klik op OK.

Opmerking:

  • Downloaden beperken wordt ondersteund op Synology Drive mobiele app 3.3.0 en latere versies.
  • Downloaden beperken wordt niet ondersteund:
    • Voor de homes-map.
    • Voor Document Viewer.
  • Downloaden beperken is alleen van invloed op Team-mappen in Synology Drive. Het is niet van invloed op File Station, FTP of WebDAV. Evenzo heeft het uitschakelen van het downloaden van bestanden in de bovengenoemde protocollen geen invloed op Team-mappen in Synology Drive.
    • Om het downloaden voor File Station, FTP of WebDAV uit te schakelen, gaat u naar Configuratiescherm > Gedeelde map, selecteert u de gewenste gedeelde map, klikt u op Bewerken > Geavanceerde machtigingen en selecteert u Downloaden van bestanden uitschakelen.

Watermerken

Wanneer watermerken is ingeschakeld, hebben gebruikers met verschillende machtigingsniveaus verschillende mogelijkheden voor het bekijken, bewerken en downloaden.

  • Alle gebruikers zien het watermerk wanneer ze een voorbeeld van het bestand bekijken, ongeacht hun gebruikersrol.
  • Gebruikers met Lezen/schrijven machtiging hebben de mogelijkheid om:
    • Wijzigingen aan te brengen in bestanden met een watermerk.
    • Het originele bestand te downloaden en wijzigingen aan te brengen.
  • Gebruikers met Alleen-lezen machtiging hebben de mogelijkheid om:
    • Een versie met watermerk van het bestand te downloaden.

In de onderstaande tabellen wordt beschreven hoe verschillende acties worden afgehandeld voor verschillende gebruikersrollen. Merk op dat de gebruikersmachtiging van Synology Drive de Windows ACL-gebruikersmachtiging op bestandsniveau overschrijft.

Windows ACL-gebruikersrollen Voorbeeld bestand Bestand downloaden/kopiëren/verplaatsen
Gebruikers met Alleen-lezen machtiging Watermerk Watermerk (geen machtiging voor Verplaatsen)
Gebruikers met Lezen/schrijven machtiging Watermerk Geen watermerk
Gebruikers in de administrators-groep Watermerk Geen watermerk
Synology Drive gebruikersrollen Voorbeeld bestand Bestand downloaden/kopiëren/verplaatsen
Voorvertoning Watermerk Bestand ontoegankelijk (geen machtiging)
Revisor Watermerk Bestand ontoegankelijk (geen machtiging)
Bekijken Watermerk Watermerk (geen machtiging voor Verplaatsen)
Commentator Watermerk Watermerk (geen machtiging voor Verplaatsen)
Editor Watermerk Geen watermerk
Manager Watermerk Geen watermerk

Watermerken aan bestanden toevoegen:

  1. Ga naar Team-map.
  2. Selecteer Mijn bestanden of de Team-map waarvoor u het watermerk wilt inschakelen.
  3. Klik op Instellingen > Beveiliging.
  4. Selecteer Watermerk inschakelen.
  5. Pas de opties Tekst, Tekstkleur, Hoek en Transparantie aan. Bepaal of u het watermerk wilt herhalen en bekijk een voorbeeld van uw watermerkinstellingen.
  6. Klik op OK.

Opmerking:

  • Voor het veld Tekst:
    • Het maximaal toegestane aantal tekens is 32.
    • U kunt de standaard variabelen "gebruikersnaam" en "toegangstijd" gebruiken.
    • Als de variabele "gebruikersnaam” wordt gebruikt, zal het watermerk "gedeeld door {gebruikersnaam}" weergeven in openbaar gedeelde bestanden. De "gebruikersnaam" wordt weergegeven op basis van de naam die is geconfigureerd in DSM > Configuratiescherm > Gebruiker en groep.
    • De variabele "toegangstijd" is de huidige tijd op de Synology NAS. Het wordt weergegeven op basis van de indeling die is geconfigureerd in DSM > Persoonlijk > Weergavevoorkeuren > Datum- en tijdnotatie.
  • Watermerken wordt alleen ondersteund op Synology NAS met 2 GB of meer RAM. Raadpleeg de kolom "RAM" van uw Synology NAS in dit artikel.
  • Watermerken wordt ondersteund op Synology Drive mobiele app 3.3.0 en latere versies.
  • Watermerken wordt alleen ondersteund voor specifieke bestandstypen.
  • Watermerken wordt niet ondersteunt voor bestanden die groter zijn dan 100MB.
  • Watermerken wordt niet ondersteund voor synchronisatietaken. Om gegevenslekken te voorkomen, kunnen administrators synchronisatietaken uitschakelen in Synology Drive Admin Console > Instellingen > Algemeen > Synchronisatie Bestandstoegang beheren voor niet-admin-gebruikers en de selectie van Gegevenssynchronisatie en back-up toestaan uitschakelen. Meer informatie over bestandstoegang beheren voor niet-admin-gebruikers.
  • Wanneer watermerken is ingeschakeld, zijn de volgende acties beperkt:
    • Het kopiëren of downloaden van mappen die bestanden met een watermerk bevatten.
    • Het kopiëren of downloaden van meerdere bestanden die bestanden met een watermerk bevatten, zal slechts gedeeltelijk succesvol zijn.
    • Rechtstreeks toegang tot Hybrid Share vanuit C2 Storage.

Bestanden in Synology Drive beheren met Versieverkenner

Versieverkenner laat administrators toe om eerdere versies van gewijzigde of verwijderde bestanden in synchronisatiemappen te bekijken en te beheren. Administrators kunnen de geschiedenis van gegevens bekijken door een specifieke datum en tijd te selecteren, waardoor de gegevens naar een bepaald tijdstip kunnen worden hersteld.

Om de historische versies van alle bestanden in Synology Drive te beheren:

Met de Versieverkenner in Synology Drive Admin Console kunnen administrators eerdere versies van bestanden en mappen achterhalen onder Mijn bestanden van gebruikers en Team-map op Synology Drive.

  1. Klik in Team-map op Versieverkenner om Versieverkenner op te starten.
  2. U kunt de bestanden van de mappen Mijn bestanden of Team-map van verschillende gebruikers doorbladeren door een datum en tijd op te geven.
  3. Klik op Wijzigen in de rechterbovenhoek om de weergave-identiteit te wijzigen.
  4. Selecteer Verwijderde bestanden tonen om verwijderde bestanden in de Versieverkenner zichtbaar te maken.
  5. Kies een bestand of map en klik op een van de volgende knoppen:
    • Vorige versies doorbladeren: Bekijk, download of herstel vorige versies van het gekozen bestand.
    • Herstellen: Herstel het bestand of de map naar een specifiek tijdstip.
    • Downloaden: Download het bestand of de map.
  6. Klik op Meer en selecteer een van de volgende opties in het vervolgkeuzemenu:
    • Kopiëren naar...: Zet dit bestand of deze map terug op een tijdstip en kopieer het resultaat naar een geselecteerde map.
    • Permanent verwijderen: Verwijder dit bestand uit de versiegeschiedenis. Denk eraan dat het bestand definitief zal worden verwijderd en niet meer kan worden hersteld.

Opmerking:

  • Bij de selectie van gecodeerde bestanden van Synology Office zijn de wachtwoorden nodig om wijzigingen uit te voeren.
  • Bij het kopiëren van Synology Office-bestanden naar non-Synology Drive bestemmingen of het downloaden van Synology Office-bestanden worden de bestanden automatisch geconverteerd naar de desbetreffende Microsoft Office-bestandsindelingen voor toegang.

Instellingen

Administrators kunnen op basis van gebruikersprofielen, logboekrotatieregels en databaselocatie op de pagina Instellingen de synchronisatie-instellingen aanpassen en verfijnen.

Package Center beheren

De locaties van de database en Synology Office-bestanden specificeren:

  1. Ga naar Instellingen > Algemeen. Selecteer onder Pakketgebruik een volume in het vervolgkeuzemenu Locatie.
  2. Klik op Toepassen om uw instellingen op te slaan.

Opmerking:

  • Tijdens het verplaatsen van de database en Synology Office-bestanden worden alle services van het Synology Drive Server-pakket tijdelijk gestopt. Synchronisatietaken zullen hervatten zodra ze gereed zijn.

Ruimtegebruik van database controleren:

  1. Ga naar Instellingen > Algemeen. Klik onder Pakketgebruik op Berekenen om het real-time Synology Drive-pakketgebruik te berekenen.
  2. Klik op Annuleren om de berekening te annuleren.

Prullenbakken legen

Prullenbakken van team-mappen legen:

  • Ga naar Instellingen > Algemeen. Klik onder Prullenbakken legen op Nu legen om alle bestanden in de prullenbakken van de Mijn bestanden en de Team-map van de gebruiker te wissen.

Een regelmatig schema configureren voor het legen van de prullenbakken van Team-mappen:

  • Ga naar Instellingen > Algemeen. Selecteer onder Prullenbakken legen de optie Prullenbakken regelmatig legen en klik op Instellingen om een schema voor het regelmatig legen te configureren.

Opmerking:

  • Het schema voor het legen van de prullenbak wordt verwijderd bij het verwijderen van Synology Drive Server in Package Center. Nadat het pakket opnieuw is geïnstalleerd, moet het schema opnieuw worden geconfigureerd.

Inhoudindexeringsoptie aanpassen

De inhoudindexeringsoptie aanpassen:

  1. Ga naar Instellingen > Algemeen. Schakel onder Inhoudsindexering het selectievakje in om inhoudsindexering in te schakelen voor de Mijn bestanden of Team-map van nieuw toegevoegde gebruikers op Synology Drive.
  2. Klik op Aangepaste indexeringsinstellingen om indexeringsmappen en het bereik voor Synology Drive-bestanden te bewerken.

Opmerking:

  • Het indexeren van inhoud gebruik systeembronnen. De tijd die nodig is om de inhoud te indexeren is afhankelijk van de systeemprestaties en het aantal bestanden dat moet worden verwerkt.
  • De indexering van inhoud wordt niet ondersteund door Hybrid Share-mappen.

C2 Storage bandbreedte voor Hybrid Share

U hebt rechtstreeks toegang tot bestanden in Hybrid Share-mappen vanuit C2 Storage terwijl u verbinding maakt met Synology Drive via internet. Schakel het selectievakje in als u de netwerkbandbreedte van Synology NAS wilt verminderen door gebruik te maken van C2-bandbreedte. Meer informatie over Hybrid Share en C2 Storage.

Systeemprestaties verbeteren

De systeemprestaties verbeteren met ongebruikt geheugen:

  1. Ga naar Instellingen > Algemeen. Schakel onder Prestaties het selectievakje in om ongebruikt systeemgeheugen te gebruiken als databasecache voor prestatieverbetering.
  2. Voer het percentage in dat u wilt reserveren voor andere toepassingen.

Opmerking:

  • Wanneer bijvoorbeeld het gereserveerde geheugen voor andere toepassingen 30 % is, zal Synology Drive tot 70 % van het ongebruikte geheugen gebruiken.

E-mailmeldingen configureren

Om e-mailmeldingen te configureren, gaat u naar Instellingen > Algemeen. Klik onder E-mailmeldingen op Instellen.

Weergavenaam van gebruiker wijzigen

Ga voor het wijzigen van de weergavenaam naar Instellingen > Algemeen. Selecteer onder Weergavenaam hoe DSM-gebruikersnamen worden weergegeven.

Bestandstoegang beheren voor niet-admin-gebruikers

Om het gebruik van bronnen op de server te besparen en de belasting te verminderen, kunnen beheerders niet-admin-gebruikers beperken bij het synchroniseren of back-uppen van gegevens naar de Synology Drive-server. Ga naar Instellingen > Algemeen om deze beperking toe te passen. Schakel onder Bestandstoegang beheren voor niet-admin-gebruikers, Gegevenssynchronisatie en back-up toestaan uit.

Niet-admin-gebruikers hebben niet langer toegang tot de volgende functies:

  • Synology Drive-webportaal: De optie Desktop- en mobiele apps ophalen op de webportaal.
  • Synology Drive Client: Maken van synchronisatie- en back-uptaken.
  • Synology Drive-mobiele app: Maken van synchronisatie- en back-uptaken. Niet-admin-gebruikers kunnen de app echter nog wel gebruiken om door bestaande bestanden te bladeren en deze te beheren.
  • Synology Drive ShareSync: Maken van synchronisatie- en back-uptaken.

Door verwijderde gebruikers gemaakte bestanden behouden

In situaties waarbij een gebruikersaccount moet worden verwijderd (bv. wanneer een gebruiker het bedrijf verlaat) kunnen administrators Bestandseigendomoverdracht gebruiken om alle bestanden van Mijn bestanden over te dragen naar een actieve gebruiker.

  1. Ga naar Instellingen > Algemeen. Voer onder Bestandseigendomoverdracht de gebruikersnamen in van en naar wie u de bestanden wilt overbrengen. Een automatisch ingevulde lijst verschijnt bij het typen.
  2. Klik op Bestanden overdragen om de overdracht te starten.

Synchronisatieprofielen beheren

Administrators kunnen voor elke gebruiker verschillende Synchronisatieprofielen configureren en deze functie gebruiken om de gebruikersrechten verder te verfijnen.

Gedetailleerd synchronisatiegedrag en rechten te beheren:

  1. Ga naar Instellingen > Synchronisatieprofielen gebruiker en klik op Maken.
  2. Geef op het tabblad Bestandsfilter het synchronisatieprofiel een naam. Zorg dat de geselecteerde bestandsgroottes en -typen degene zijn die u wilt synchroniseren.
  3. Ga naar het tabblad Toegepaste gebruiker en schakel het selectievakje in naast de gebruikers die u aan uw synchronisatieprofiel wilt toevoegen.
  4. Klik op Toepassen om uw instellingen op te slaan.

Opmerking:

  • Let bij het benoemen van bestanden die u wilt synchroniseren op de juiste lettergrootte. Terwijl Windows bestandsnamen met hoofdletters en kleine letters als identiek beschouwt (bijvoorbeeld A.txt en a.txt), herkennen Linux- en macOS-systemen ze als afzonderlijke entiteiten.
  • U kunt gebruikers meerdere synchronisatieprofielen met verschillende instellingen toewijzen. Wanneer een van de synchronisatieprofielen de gebruiker toestaat om een bepaald bestandstype te synchroniseren, terwijl andere profielen dit verbieden, dan kunnen ze dat nog steeds doen. Hetzelfde geldt wanneer een gebruiker meerdere synchronisatieprofielen met verschillende maximale groottebeperkingen heeft, zal de hogere limiet van toepassing zijn op de gebruiker.

Machtigingen voor delen beheren

Ga voor het delen van bestanden voor niet-admin-gebruikers naar Instellingen > Delen > Instellingen voor delen voor niet-admin-gebruikers.

Bestanden delen toekennen:

De administrator kan Bestanden delen toestaan selecteren om niet-admin-gebruikers machtigingen voor delen te verlenen. De administrator kan verder bepalen hoe niet-admin-gebruikers bestanden kunnen delen, via interne links, door DSM-gebruikers of -groepen uit te nodigen of beide.

Openbaar delen toestaan:

De administrator kan Openbaar delen toestaan selecteren om niet-admin-gebruikers machtigingen te verlenen om bestanden te delen met externe gebruikers. Wanneer deze optie is ingeschakeld, kan de administrator machtigingen voor openbaar delen toekennen aan specifieke gebruikers en regels voor beveiliging met wachtwoord of vervaldatum afdwingen om het beveiligingsniveau voor deze koppelingen te versterken.

Verzenden koppeling via e-mail toestaan

De beheerder kan Verzenden koppeling via e-mail selecteren om niet-admingebruikers te autoriseren om bestanden of mappen te delen via geconfigureerde e-mailaccounts.

Opmerking:

  • Openbare koppelingen worden uitgeschakeld als de toestemming voor openbaar delen van niet-admin-gebruikers wordt ingetrokken.

Rapport gedeelde koppelingen

Om de algemene status van gedeelde koppelingen te controleren, kan de administrator een actuele lijst met koppelingen voor delen exporteren. De volgende velden zijn opgenomen in het rapport:

  • Gedeelde koppeling
  • Itemnaam: De naam van het bestand of de map die wordt gedeeld
  • Bestandspad
  • Privacy: Intern of openbaar en het type machtiging
  • Genodigde: De namen van gebruikers waarmee deze koppeling wordt gedeeld en hun respectievelijke machtigingsrol
  • Wachtwoord: Of de gedeelde koppeling is beveiligd met een wachtwoord
  • Vervaldatum: De vervaldatum en tijd als de koppeling is ingesteld met een vervaldatum
  • Laatste wijziging: De gebruiker die het bestand of de map het laatst heeft gewijzigd
  • Gewijzigd op: Het tijdstip waarop het bestand of de map voor het laatst is gewijzigd

Rapport gedeelde koppelingen exporteren:

  1. Ga naar Instellingen > Delen > Rapport gedeelde koppelingen.
  2. Klik op Exporteren.
  3. Selecteer het formaat (HTML of CSV) waarin u het rapport wilt bekijken.
  4. Selecteer een doelmap op uw Synology NAS om het geëxporteerde rapport in op te slaan.
  5. Selecteer de mappen waarvan u de gedeelde koppelingen wilt exporteren. Klik op de pijl om de selectie van mappen te verfijnen.
  6. Klik op Exporteren. Dit proces kan enige tijd duren, afhankelijk van het aantal gedeelde koppelingen. Het wordt op de achtergrond uitgevoerd en u ontvangt een melding via een bureaubladmelding van DSM zodra het is voltooid.

Opmerking:

  • Van de intern gedeelde items worden de bovenliggende mappen en bestanden afzonderlijk in het rapport vermeld. Van openbaar gedeelde items worden alleen de bovenliggende mappen vermeld.

Gedeelde koppeling aanpassen

Het gebruik van HTTPS forceren:

  • Ga naar Instellingen > Delen. Selecteer onder Gedeelde koppeling aanpassen de optie Het gebruik van HTTPS voor het maken van gedeelde koppelingen forceren zodat alle nieuw gegenereerde koppelingen in HTTPS-indeling zijn voor extra veiligheid.

Aanpassing gedeelde koppeling inschakelen:

  1. Ga naar Instellingen > Delen. Selecteer onder Gedeelde koppeling aanpassen de optie Aanpassing gedeelde koppeling inschakelen en selecteer beschikbare domeinen in het vervolgkeuzemenu Domein om gedeelde koppelingen te genereren.
  2. Wanneer u uw eigen domein voor gedeelde koppelingen wilt aanpassen, selecteert u Aangepast in het bovenstaande vervolgkeuzemenu en voert u het gewenste domein in het veld Aangepast domein in.
  3. Klik op Toepassen om uw instellingen op te slaan.

Opmerking:

Geavanceerde functies activeren

Synology Drive biedt geavanceerde functies voor verbeterde beveiligingsmaatregelen en gebruikerservaring.

Activeren met internetverbinding

Als u bent aangemeld bij een Synology NAS met internettoegang, volgt u deze stappen om de functies te activeren:

  1. Ga naar Geavanceerde functies en klik op Activeren.
  2. Lees de Privacyverklaring en schakel het selectievakje in om deze te bevestigen. Klik op Volgende.
  3. Meld u aan met uw Synology-account.
  4. Klik op OK om de geavanceerde functies te gaan gebruiken.

Activeren zonder internetverbinding

Als u bent aangemeld bij Synology NAS zonder internettoegang, heeft u een ander apparaat met een internetverbinding nodig om de functies te activeren. Zodra u een apparaat gereed heeft, volgt u deze stappen:

  1. Ga naar Geavanceerde functies en klik op de link Geen netwerkverbinding?
  2. Lees de beschrijving in het venster Offline activering.
  3. Open een browser op een apparaat dat met internet is verbonden en voer de URL in die wordt weergegeven in het venster Offline activering.
  4. Lees de Privacyverklaring en schakel het selectievakje in om deze te bevestigen. Klik op Volgende.
  5. Meld u op het apparaat aan bij uw Synology Account.
  6. Voer op het apparaat de Aanvraag-ID van uw computer in. Klik op Activeringscode ophalen.
  7. Voer op uw computer in het venster Offline activering de code in het veld Activeringscode in.
  8. Klik op OK om de geavanceerde functies te gaan gebruiken.

Instellingen Synology Office

Synology Office biedt realtime bewerking en samenwerking met Document, Dia's, Werkblad. Na het bijwerken naar Synology Office 3.4 en hoger, kunt u de lijst met lettertypen beheren en de optie voor versierotatie inschakelen in de Synology Drive Admin Console.

Voor geavanceerde gebruikers

Gebruik van de opslagruimte:

Synology Drive Admin Console bewaart historische versies van elke wijziging op uw Synology Drive zodat u een specifiek bestand dat per ongeluk werd verwijderd of beschadigd eenvoudig naar een oudere versie kunt herstellen. Deze historische gegevens vereist extra opslag op uw Synology NAS. De versies van een bestand zijn gebaseerd op de basisversie van het bestand. Met betrekking tot de volgende versies, worden alleen differentiële gegevens onder verschillende historische bestandsversies bewaard.

Opmerking:

  • Denk eraan dat we gebruikers aanraden om de snapshotfunctie te gebruiken die door het Btrfs-bestandssysteem wordt ondersteund die geen extra opslagvolume voor de basisversie in beslag neemt. In ext4-bestandssystemen kan de vereiste opslagruimte voor deze versies kan tot twee keer hoger zijn dan de oorspronkelijk gebruikte ruimte op de schijf.
  • Synchronisatietaken worden gepauzeerd wanneer de reservecapaciteit op het volume van Synology Drive Server minder dan 2 GB bedraagt. Breidt het volume uit en start het pakket opnieuw om de synchronisatietaken te hervatten.

Eigenschappen die daadwerkelijk worden gesynchroniseerd:

  • Synology Drive Admin Console is in staat om zeven bekende bestandseigenschappen volledig te synchroniseren:
    • Bestandsgegevens
    • Uitgebreide kenmerken van Mac, zoals label en kleuren op macOS X
    • Uitvoeringsbit
    • Tijdstip laatst gewijzigd
    • UNIX-machtigingen, inclusief eigenaars en bestandsmodi
    • Synology ACL
    • Team-maprechten
  • Clients van verschillende OS-platformen hebben een verschillende beleiden:
Platform Bestandsgegevens Mac-uitgebreide kenmerken Uitvoeringsbit Tijdstip laatst gewijzigd UNIX-machtigingen Synology ACL Team-maprecht
Windows - - - - -
Mac OSX - - -
Linux - - - -
DSM (Drive)

Standaardactie voor bestandsconflicten:

Als twee gebruikers tegelijkertijd wijzigingen aanbrengen in hetzelfde bestand, vergelijkt Synology Drive Admin Console het tijdstip van de laatste wijziging van de twee clients en behoudt de nieuwste versie.

Opmerking:

  • Wanneer Synology Drive Client voor de synchronisatie van bestanden wordt gebruikt, kunnen gebruikers in Instellingen het bestandsconflictbeleid aanpassen.
  • Als Synology Drive Client wordt gebruikt voor computer back-up, overschrijft het bestanden op uw Synology NAS met de laatste lokale wijzigingen.
  • Meer informatie over de toegepaste Synology NAS-modellen van Synology Drive.
Inhoud
Serverstatus bewaken
Verbindingen met clients beheren
Synology Drive Admin Console-bestanden beheren met File Station
Logboek
Logboekverwijderingsregels instellen
Mijn bestanden van gebruikers
Team-map
Historische versies van Team-mappen beheren
De beveiliging van Team-mappen beheren
Downloads beperken
Watermerken
Bestanden in Synology Drive beheren met Versieverkenner
Instellingen
Package Center beheren
Prullenbakken legen
Inhoudindexeringsoptie aanpassen
C2 Storage bandbreedte voor Hybrid Share
Systeemprestaties verbeteren
E-mailmeldingen configureren
Weergavenaam van gebruiker wijzigen
Bestandstoegang beheren voor niet-admin-gebruikers
Door verwijderde gebruikers gemaakte bestanden behouden
Synchronisatieprofielen beheren
Machtigingen voor delen beheren
Rapport gedeelde koppelingen
Gedeelde koppeling aanpassen
Geavanceerde functies activeren
Activeren met internetverbinding
Activeren zonder internetverbinding
Instellingen Synology Office
Voor geavanceerde gebruikers