I/O-module

In I/O-module kunt u I/O-modules toevoegen, verwijderen, bewerken, inschakelen en uitschakelen. Klik in de rechterbovenhoek op de knop om de categorieën in het linkerpaneel te wijzigen of verschillende sorteermethodes te selecteren. In het rechterbovenhoek kunt u ook trefwoorden in het zoekveld invoeren om apparaatnamen, merken, modellen, servers en IP-adressen te zoeken.

Een I/O-module toevoegen:

  1. Klik op Toevoegen om de I/O-modulewizard toevoegen.
  2. Voer de volgende Informatie-instellingen in:
    1. Voer de Naam in voor de identificatie van deze I/O-module.
    2. Voer het IP-adres of de hostnaam van de I/O module in. U kunt ook op het vergrootglaspictogram klikken om naar I/O-modules te zoeken die in hetzelfde domein zijn geïnstalleerd. Zodra de I/O-module is geselecteerd, toont het systeem automatisch het IP-adres, poortnummer en model van de I/O-module weer.
      Opmerking: IP-adres in IPv6-formaat wordt niet ondersteund.
    3. Gebruikt uw I/O-module een ander poortnummer, voer dan dat poortnummer in.
    4. Selecteer het Merk van de I/O-module in het vervolgkeuzemenu.
    5. Selecteer het Model van de I/O-module in het vervolgkeuzemenu.
    6. Voer de Gebruikersnaam en Wachtwoord van de administratoraccount van de I/O-module in.
    7. Klik op Verbinding testen om de normale connectivity van de I/O module te garanderen.
  3. Klik op Volgende om de volgende I/O-poortinstellingen te bewerken.
  4. Klik op Volgende om de geavanceerde instellingen te bewerken:
    1. Selecteer de netwerktijdserver.
    2. Selecteer uw tijdzone.
  5. Klik op Voltooien om de installatie te voltooien.

Beperkingen:

  1. I/O-modulenaam: hoofdlettergevoelig. 1 tot 32 unicodetekens zijn toegestaan, behalve de volgende symbolen: ! " # $ % & ' ( ) * + , / : ; < = > ? @ [ ] \ ^ ` { } |
    Het eerste teken mag geen minteken of spatie zijn, en het laatste teken mag geen spatie zijn.
  2. Gebruikersnaam: hoofdlettergevoelig. 1 tot 32 Unicode-tekens zijn toegestaan.
  3. Wachtwoord: hoofdlettergevoelig en mag 64 tekens bevatten, inclusief letters, getallen, tekens en spaties.

I/O-module-instellingen bewerken:

Selecteer de I/O-module waarvan u de instellingen wilt wijzigen en klik op Bewerken. U kunt ook de I/O-module dubbelklikken om de wijzigen te wijzigen. Raadpleeg I/O-module-instellingen configureren voor meer informatie over configureerbare instellingen.

I/O-modules inschakelen of uitschakelen:

selecteer de I/O-modules die u wil in/uitschakelen en selecteer vervolgens Inschakelen of Uitschakelen in de vervolgkeuzelijst Inschakelen.

Opmerking:

  • I/O-modules die aan Surveillance Station zijn toegevoegd, moeten eerst worden ingeschakeld voor ze alle ondersteunde acties kunnen beheren en uitvoeren.
  • schakelt u een I/O-module uit dan worden alle bijbehorende instellingen opgeslagen.

I/O-modules verwijderen:

Selecteer de I/O-modules die u wilt verwijderen en klik op Verwijderen.